FAQ

“Mag ik je methode gebruiken?” of “Heb je een methode?” of “Geef je er opleidingen over?”

Er is geen vaste methode of handleiding om de boeken en het bijhorend materiaal te gebruiken. De verhalen en opdrachten zijn zo gemaakt dat je er meteen mee aan de slag kan en het is net leuk om te zien hoe iedereen er een eigen invulling aan geeft. Er zijn al regeltjes genoeg, toch? 😉

Ik heb wel heel bewust gekozen voor voorleesboeken. Wat voor mij belangrijk is:

  • Maak bewust tijd.
  • Geef echte aandacht.
  • Maak het gezellig.
  • Lees voor of lees samen.
  • Vertel na het verhaal iets over jezelf als je kind niet meteen iets wil zeggen. Ze vinden het fijn om te weten dat jij je ook zo wel eens gevoeld hebt.
  • Luister als je kind iets wil vertellen, geef hem of haar alle ruimte.
  • Zoek niet meteen een oplossing voor een negatieve emotie. Erkenning is vaak genoeg of ze komen er zelf wel op.
  • Heeft het kind zin om de opdrachtjes te doen, fijn. Geen zin? Laat los, dat komt vaak later. De opdrachtblaadjes vind je ook bij Extra’s.  Je kan ze voor elk kind afprinten.
  • Is er een liedje bij het verhaal? Zing het samen, verzin een dansje, …
  • Kijk op Pinterest voor een knutselideetje. Het verankert het verhaal en zo’n knutselwerkje is een mooie herinnering.

Oei, is er dan toch een methode? 😉

“Ontbreekt er een stukje tekst pag. 68?”

Er ontbreekt helaas een zinnetje bovenaan pagina 68 van deel 1, vierde druk. Hier vind je de pagina met de juiste tekst. In het nawoord ontbreekt er een I.

“Waarvoor dienen de krachtkaartjes bij deel 1 en hoe gebruik ik ze?”

De krachtkaartjes kan je op twee manieren gebruiken:

  • Je kan ze gebruiken voor het voorlezen. Laat je kind de ogen sluiten en de rechterhand op het hart leggen. Laat het in stilte of luidop de vraag stellen: ‘Welk verhaal past nu het beste bij mij?’. Het kind opent de ogen en trekt een kaartje met de linkerhand. Het antwoord staat in het groen vermeld op het kaartje.
  • Je kan ze ook achteraf gebruiken, als steuntje. De vraag is dan: “Welk krachtkaartje kan ik nu het beste gebruiken?” Je kan daarbij herinneren aan de inhoud van een verhaal of hoe een bepaald personage zich voelde.

Er zijn kinderen die ‘s morgens een kaartje trekken en het meenemen naar school als steuntje voor de dag. Andere kinderen vinden het maar niks en ook dat is helemaal ok De krachtkaartjes kunnen de aanleiding vormen voor een gesprek met het hele gezin.

“Hoe gebruik ik de cd?”

Op de cd staan vijf liedjes bij vijf verhalen uit deel 1 en vijf liedjes bij vijf verhalen uit deel 2. Verhalen met een bijhorend liedje herken je aan het nootje langs de titel. De liedjesteksten vind je hier.

“Vanaf welke leeftijd kan ik je boeken voorlezen?”

Ik plakte er oorspronkelijk een minimumleeftijd op van 6 jaar, maar uit talrijke reacties die ik ontving, blijkt dat de verhalen ook jongere kinderen aanspreken.

“Wat is de parel van durf?”

De parel van durf hoort bij het gelijknamige verhaal uit deel 2.  Je ontvangt een parel per kind bij een rechtstreekse bestelling of als je het boek live koopt op een beurs. Als je de parel pas geeft nadat je samen het verhaal hebt gelezen, krijgt hij iets magisch. Ik laat het graag uitleggen door de kinderen zelf.

“Komt er een derde boek?”

Hoe het nu voelt …

Ik zal het niet tegenhouden, maar eerlijk, ik wil het concept ook niet ‘uitmelken’. Ik kan alleen maar schrijven rond thema’s die voor mij zelf uitdagingen vormden, en ik denk dat ik daarmee een beetje rond ben. Het laatste verhaal ‘Planeet anders’ is de rode draad, al zag ik dat later pas.
Ergens voelt het ‘klaar’ en dat is helemaal oké.
Ik heb een andere taak te doen nu: de verhalen zoveel mogelijk bij kinderen en volwassenen (jaja!) brengen.